Trainingen voor Tijdrijden

Tijdrittrainingen georganiseerd door Barend Verhagen.

 

Ook in 2019 organiseren we tijdrit trainingen. We vertrekken elke dinsdagavond vanuit de Kruipin om 18:30 naar recreatieterrein “de Bosdijk” bij Nieuwer ter Aa. Het heen- en terugrijden gebruiken we als in- en uitrijden. Bij de Bosdijk begint de training om 19:00 uur. In de regen kun je slecht trainen voor tijdrijden. Op de WTC-Woerden Race-app wordt tijdig aangegeven of de training i.v.m. weersomstandigheden doorgaat. Doel van de training is om te leren tijdrijden. Technisch, tactisch en fysiek. Bijkomend voordeel is dat je in wegwedstrijden een stukje alleen leert rijden.

Data van tijdritten die ter voorbereiding kunnen worden gereden:

20-4 Knipscheertijdrit Almere

24-4 Ard Schenk tijdrit Wieringen

01-5 Ploegentijdrit Wieringen

07-5 Tijdrit Heerde

11-5 Tijdrit Waarde

21-5 DK tijd Midden Almere

10-6 Triatlon Woerden

Op dinsdag 21 mei wordt het DK Midden tijdrijden gehouden in de polder bij Almere / Zeewolde (tijdig inschrijven). Ook voor de Knipscheertijdrit moet je tijdig inschrijven. De training staat open voor iedereen. Een aantal deelnemers traint voor de tijdrit van de Woerdense triatlon op 2e Pinksterdag.

De tijdrittrainingen stoppen na de 2e Pinksterdag. Na de tijdrittrainingen zijn er nog verschillende tijdritten te rijden.

15-6 Ploegentijdrit Gilze

19-6 Koppeltijdrit Maasduinen

02-7 Tijdrit Heerde

13-7 Koppeltijdrit Abbebroek

28-8 Tijdrit St. Johann Oostenrijk

 

Programma:

2-4 Eerste TT training. Gewenning aan tijdritfiets of opzetstuur. 2 ronden rijden met drietallen, blokken van 2 minuten op kop en 2 x 2 minuten aan het wiel.

9-4 Twee ronden met tweetallen gelijke sterkte. Blokjes 3 min op kop en 3 min aan het wiel.

16-4 test 10 km.

23-4 Twee ronden met tweetallen gelijke sterkte. Blokjes 5 min op kop en 5 min aan het wiel.

30-4 test 20 km.

7-5 Drie ronden met drietallen gelijke sterkte. Blokjes 3 min op kop en 2 x 3 minuten aan het wiel.

14-5 test 30km.

21-5 DK tijdrijden 16 km Almere.

28-5 Drie ronden met tweetallen. Blokjes 5 min op kop en 5 min aan het wiel.

4-6 laatste test 40km.

 

De tijdrittraining is intensief, er wordt in blokken gereden. Regelmatig vindt een test plaats om het niveau en de voortgang te meten. Als je meer vermogen wilt krijgen op je “omslagpunt” moet je in dat hartslaggebied trainen. Dat is niet continue mogelijk en daarom doen we dat met behulp van intervallen. De intervallen rijden we met twee- of drietallen. De renners moeten ongeveer van gelijke capaciteit zijn.

Als je een tijdritfiets hebt is deze training een mooie gelegenheid om aan deze fiets te wennen. Een tijdritfiets is niet noodzakelijk. De kwaliteit van je materiaal laat je het best meegroeien met je prestaties. Een gestroomlijnde houding is een goed begin en kan je bekijken als je langs een winkelruit rijdt. Het meest kosteneffectief zijn een triatlonstuur dat je op je racestuur schroeft, een tijdrithelm en een snelpak van de WTC-Woerden. Door gebruik van een triatlonstuur verminder je de luchtweerstand en bespaar je ongeveer 10% vermogen.

Nieuwelingen mogen niet met al het specifieke tijdrit materiaal rijden. Zij moeten op een “conventionele fiets” rijden. Wel mogen zij met een tijdrithelm, een snelpak en overschoenen rijden. Conventionele fietsen zijn tegenwoordig ook behoorlijk aero. Wielen moeten minimaal 12 spaken hebben. De hoogte van de velg is vrij. Een hoge velg, meer dan 3 cm, levert behoorlijk voordeel op. Een plat stuur spaart enkele “watjes”. Verder kan je stuur vaak lager afgesteld worden en kan je leren om op de lange rechte stukken met je armen op het stuur te rusten.

Aerodynamica: (beetje theorie)

Op een normale racefiets wordt 80% van je vermogen opgeslokt door de luchtweerstand. 20% door rolweerstand van je banden en mechanische weerstand van de wiellagers en de aandrijving van je fiets. Door verkleining van het frontaal oppervlak verminder je de luchtweerstand. Met een videocamera kan een frontale opname van je gemaakt worden en met software wordt het frontaal oppervlak uitgerekend. Fietsen op de racefiets met je handen op de remhendels in plaats van met een optimale positie op je tijdritfiets levert een reductie van de luchtweerstand op van 25%. Omdat je daardoor sneller gaat fietsen blijft de verhouding luchtweerstand versus overige weerstand nagenoeg gelijk. Een beroepsrenner kan met een bepaald vermogen op de racefiets 45 km p/u rijden en met de tijdritfiets 50 km p/u.

1. Een renner van circa 85 kg, rijdend met een snelheid van 45 km p/u, op een racefiets met handen in de beugel, heeft 415 watt vermogen nodig. Frontaal oppervlak 0,575 m2.

2. Een opzetstuur, lang en diep, samen met een tijdrithelm en een snel pak, reduceren het benodigd vermogen tot 365 watt. Frontaal oppervlak 0,510 m2.

 

50 watt reductie betekent circa 2,5 km p/u meer snelheid.

10 watt aeropak (Eur 100 = Eur 10 per bespaarde watt)

4 watt aerohelm (Eur 160 = 40)

26 watt opzetstuur (Eur 130 = 5)

10 watt lagere stuurmontage

 

3. Een tijdritfiets, goed afgesteld, reduceert het benodigd vermogen tot 325 watt. Frontaal oppervlak 0,450 m2.

 

40 watt reductie betekent circa 2 km p/u meer snelheid.

15 watt Tijdritframe aerodynamischer (Eur 2500 = 166)

Betere afstelmogelijkheden van de fiets:

5 watt zadel meer naar voren i.v.m. heup kanteling

10 watt lagere stuurmontage

5 watt smallere stuurmontage

5 watt langere zit, stuur maximaal naar voren.

 

4. Overige accessoires.

 

5 watt overschoenen (Eur 50 = 10)

10 watt snelvoorwiel velg >5cm (Eur 750 = 75)

15 watt discwiel (Eur 1200 = 80) Bij veel zijwind negatieve luchtweerstand en een groter voordeel.

3 watt Conti TT banden en Super light binnenbanden (Eur 50 = 17)

 

Meer informatie over tijdrijden kan je krijgen bij Barend Verhagen, barend.verhagen@casema.nl 06-41083175.

Nieuws overzicht